Visserij en vishandel van Middelharnis (1466-1923)
door Marlies Jongejan
Beugvisserij, bunschepen, Brabant en bekwame vissers waren karakteristiek voor de visserij en de vishandel van Middelharnis. De vissers van Middelharnis werden ‘versvaarders’ genoemd omdat ze verse vis aanvoerden.
De beugvisserij was een vistechniek met een stelsel van lange lijnen en haken voor de visserij op kabeljauw, schelvis, leng, heilbot, tarbot, vleet en rog. De vangst werd levend gehouden in de bun, een ruimte onderin het schip met gaten waar water doorheen stroomde. Ook de ventjagers die de vis op de visafslag overnamen hadden bunschepen.
De belangrijkste afzetmarkt was het gewest Brabant met de steden Antwerpen, Mechelen, Brussel en Leuven. De route van de ventjagers liep via de getijderivieren naar het zuiden. In Mechelen leefde de vis nog steeds. In Brussel aangekomen was de vis niet meer in leven, maar nog wel vers.
De visserij ter verse in de herfst, in de winter en in het vroege voorjaar en de vier b’s, (beugvisserij, bunschepen, Brabant en bekwame vissers) bleven door de eeuwen heen constant.
Het koperen visschuitje op de toren van het raadhuis van Middelharnis uit 1639 was ook zo’n constante. Het was eeuwenlang het symbool van de thuishaven van de vissersschepen.

Het einde
De zeevisserij van Middelharnis heeft zich in de loop van de eeuwen bewogen tussen de uitersten van ‘groote florissantie’ en ‘algeheele kwijning’. Altijd was er hoop op betere tijden, zelfs als oorlogen en handelsbelemmeringen de visnering jarenlang frustreerden. Steeds bracht men de veerkracht op om opnieuw te beginnen en de bakens te verzetten.
Het einde van de beugvisserij naderde onontkoombaar. De traditionele visgronden raakten door de trawlvisserij uitgeput. Met de beug viel nauwelijks meer iets te vangen. Bunschepen voor het vervoer van levende vis raakten in onbruik omdat de havens steeds meer vervuilden. Ook de opkomst van de spoorwegen en van IJmuiden waren onontkoombaar.
Dankzij de bekwaamheden en de inzet van de vissers lukte het ook na 1900 nog een tijdlang om het maximale uit de zoutvaart te halen en om de versvaart rendabel te houden.
De ligging van Middelharnis aan de vaarroute naar de Belgische afzetmarkt bepaalde door de eeuwen heen het succes van de vishandel en de visserij. Het vervoer over water was anno 1900 niet meer de snelste en goedkoopste manier van transport. De spoorwegen namen het over. De wereld was veranderd en het dorp lag nu in een uithoek. Dit betekende het einde van Middelharnis als vissersplaats.
© Marlies Jongejan, 28 mei 2022, bijgewerkt 9 oktober 1922 en 22 november 2022
Daarnaast is gebruik gemaakt van: -Rinus van Dam, Marlies Jongejan, Pieter Koster. De vergeten vissers van Middelharnis. Scheepsrampen en ongevallen (1717-1938) (Amsterdam 2018).